O, Farao, je moet er aan geloven,
we staken al het sloven.
Want we gaan op reis!
O, Farao, je kunt ons niet meer plagen,
met stokken en met slagen.
Want we gaan op reis!
Refrein:
We trekken naar het vaderland,
dat God ons heeft beloofd.
Je bent niet langer ons de baas,
zet dat maar uit je hoofd!
God roept ons allerwegen,
en geeft Zijn heil en zegen.
We trekken naar het land dat Hij belooft,
het vaderland dat Hij ons heeft beloofd.
O, Farao,
wat wil je nog beginnen?
Je kunt van God niet winnen.
En we gaan op reis!
O, Farao,
we zijn niet meer te keren,
we willen God vereren.
En we gaan op reis!
(Refrein)