Ik ken een kleine tollenaar,
Zacheus is zijn naam.
Hij haalt geld voor de keizer op.
Best een mooie baan.
Als hij vijf munten halen moet,
vraagt hij er stiekem tien.
Vijf voor de keizer, vijf in zijn zak,
dat heeft niemand toch gezien.
Niet 1, 2, 3, 4, 5.
Maar 6, 7, 8, 9, 10.
Zacheus was een rijke man.
En toch was hij alleen.
De mensen hielden niet van hem,
want stelen is gemeen.
Ze waren bang en gaven dus,
alles wat hij vroeg.
Vijf voor de keizer, vijf in zijn zak,
dat vond hij wel genoeg.
Niet 1, 2, 3, 4, 5.
Maar 6, 7, 8, 9, 10.
De mensen waren erg verbaasd.
Zacheus kreeg bezoek,
hij at met Jezus en begreep:
wat ik doe is niet goed.
Ik ben een dief dat wil ik niet.
Dus stop ik er nu mee,
‘k geef alles terug, nog meer dan dat.
Is dat geen goed idee,
Niet 1, 2, 3, 4, 5.
Maar 6, 7, 8, 9, 10.
Niet 11, 12 maar veel meer.
Dank U lieve Heer!